EU-Hof uitspraak Dienstenrichtlijn: een toelichting

UITSPRAAK EU-HOF GEEFT GRENZEN AAN OVERHEID VOOR BEPERKINGEN DETAILHANDEL

Het Europese Hof van Justitie (“het Hof”) heeft recentelijk (30 januari, ECLI:EU:C:2018:44) een uitspraak gedaan die belangrijke gevolgen kan hebben voor het winkellandschap in Nederland. Daarom een toelichting op deze uitspraak vanuit de Commissie Overheid & Beleid.

Het Hof heeft in reactie op vragen van de Nederlandse rechter geoordeeld dat de Europese Dienstenrichtlijn ook van toepassing is op detailhandel omdat detailhandel kwalificeert als dienst. Dit terwijl de hoogste Nederlandse bestuursrechter (de Raad van State) tot nog toe andersom heeft geoordeeld: dat de Dienstenrichtlijn niet van toepassing is op detailhandel.

Het Europees recht kent het recht op vrije vestiging en vrij verkeer van diensten. Dit betekent dat de vrijheid de regel is en de beperking de uitzondering. Op basis van de Dienstenrichtlijn en de uitspraak van het Hof moet de overheid aantonen waarom een beperking van die vrijheid (zoals brancheringsbepalingen in bestemmingsplannen) gerechtvaardigd is.

Dit betekent dat gemeenten en provincies die regels willen opleggen met economische effecten (zoals restricties aan reguliere (niet-grootschalige) detailhandel) aan de volgende voorwaarden uit de Dienstenrichtlijn moeten voldoen:

  • discriminatieverbod: geen direct of indirect onderscheid naar nationaliteit of, voor vennootschappen, de plaats van hun statutaire zetel;
  • noodzakelijkheid: de eisen zijn gerechtvaardigd wegens een dwingende reden van algemeen belang, en
  • evenredigheid: de eisen moeten geschikt zijn om het doel te bereiken, gaan niet verder dan nodig is om dit doel te bereiken en het doel kan niet met andere, minder beperkende maartregelen worden bereikt.

Samengevat: de overheid moet aantonen dat een beperking van de dienstenvrijheid evenredig, doelmatig en noodzakelijk is ter bescherming van het stedelijk milieu. De overheid moet dit zorgvuldig onderbouwen en  aantonen dat bijvoorbeeld leegstand met én door de detailhandelsbeperking effectief wordt voorkomen én dat het doel niet met een minder beperkende maatregel kan worden bereikt.

Deze uitspraak heeft tot gevolg dat brancheringregels in bestemmingsplannen kunnen worden aangemerkt als een belemmering van de vrijheid van vestiging, die moeten worden gerechtvaardigd wegens dwingende redenen van algemeen belang.

De Raad van State heeft sinds vorig jaar een groot aantal beroepsprocedures aangehouden in afwachting van deze uitspraak van het Hof. Die zaken moeten nu aan de hand van de door het Hof geformuleerde criteria worden beoordeeld. We verwachten de eerste uitspraak van de Raad van State in de Appingedam-zaak binnen een aantal weken. We zullen dan zien hoe de Raad van State in de praktijk met de nieuwe motiveringseis voor detailhandelsbeperkingen omgaat.

NRW Commissie Overheid & Beleid, april 2018

Column Bart Stek | De kracht van Zwolle

Kracht van Zwolle Van leuke regiostad naar stedentriplocatie à la Groningen, Maastricht en ‘s-Hertogenbosch Waarom ontwikkelen binnensteden zich zoals ze ontwikkelen? Hoe komt het nou dat een binnenstad als die van Zwolle in de afgelopen jaren een positieve wending laat zien? Reden voor Q&A en JLL om samen, op basis van het ‘hardere’ retail vastgoed … Lees verder

Column Michiel Boonen | Data vs emotie

Wie het laatste boek van Dan Brown – Oorsprong, of in het Engels ‘Origin’ – heeft gelezen, heeft al een beschrijving gekregen van de mogelijkheden die computers en algoritmes ons vandaag de dag, maar vooral in de toekomst, bieden. Een meer filosofische benadering kan gevonden worden in het boek ‘Homo Deus’ van Yuval Noah Harari, … Lees verder

Retail op maat

Retail op maat   Wat is het belangrijkste thema voor de retailsector in 2018? Waar moet NRW zich op richten om de leden het best van dienst te zijn? Een lastige keus, want er speelt zoveel. Uiteindelijk gaat het er om samen de juiste keuzes te maken. Keuzes die toekomstbestendig zijn, en daarmee duurzaam. Keuzes … Lees verder