HELP! Iets leuks in de Plint

Met steden die groter, voller en hoger worden klotst het letterlijk van de plinten. Overal verschijnen plekken voor onze cappuccinocultuur, het ZZP-landschap en de krijtborden. En in de plint komt dit nieuwe stedelijk leven tot uiting. De transitie van de Amsterdamse Wibautstraat – van verkeersriool tot stadsstraat – is hiervan een mooi voorbeeld. Ik zie echter dat dit nieuwe vastgoedsegment nog niet prominent op de agenda van de vastgoed- en winkelsector staan. Is dat misschien omdat het aandeel winkels relatief beperkt is? Of past dit type milieu minder goed in ons raamwerk van winkelhiërarchie en verzorgingsgebieden?

Feit blijft dat onze steden toenemen in omvang, bouwhoogte en dichtheid. We gaan steeds kleiner wonen en daarmee meer van de voorzieningen in de stad gebruik maken. De opmars van de horeca, het solide functioneren van (nieuwe) bioscopen in het Netflix-tijdperk en het toenemende belang en populariteit van stadsparken, waterfronten en stadsstranden vormen een mix van nut en noodzaak.

Nieuwe opgave voor de winkelsector

Binnen het nieuwe stedelijk leven staan we voor een opgave. Een opgave die de ervaring en expertise van de winkelsector goed kan gebruiken. Er moet – beter – worden nagedacht over de omvang, positionering, branchering en samenhang van stedelijke plinten. Zowel vanuit bestaande “strips”, als voor de talloze hoogbouwplannen die op ons afkomen. In onze dagelijkse praktijk bij SITE zie ik dat er nog steeds veel wordt gesproken over “niet-wonen” als benaming voor plintruimte. En dat is toch gek voor de entree, aangezicht en “ooghoogte-beleving” van toekomstige woonmilieus.

Gemeente onderkent het belang

Vanuit gemeenten, en zeker vanuit de grote groeiers, komt er meer aandacht voor de plintexodus en het belang van regie op kwaliteit. De functie ‘plintstrateeg’ is inmiddels uitgevonden, er worden allerlei plintlabs georganiseerd en een beetje gebiedsontwikkeling neemt tegenwoordig een prominent hoofdstuk “plintstrategie” op in stedenbouwkundige plannen, nota’s van uitgangspunten of tendervoorwaarden (bv. Beatrixkwartier en Merwedekanaalzone in Utrecht, Hamerstraatgebied in Amsterdam, Merwevierhavens in Rotterdam). De inspanningen vanuit gemeenten ten spijt, ben ik echter van mening dat een goede en duurzame plint in de meeste gevallen een taak voor de private sector is. De vastgoedeigenaar, belegger, exploitant of ondernemer zijn op aarde om stedelijke (plint)behoeften te kennen en passend te bedienen.

Mixed-use voorland

En hier wringt de schoen! Stop allereerst met de term “niet-wonen”, beste ontwikkelaars. En laten we als winkelsector onze ogen openen voor dit kansrijke en noodzakelijk fundament van onze steden. Hier ligt een belangrijke maatschappelijke meerwaarde en een nieuw te ontginnen business domein in de transitie van winkelvastgoed naar een mixed-use-voorland.

Hartelijke groet,

Uw plintvriend,

Oedsen Boersma

SITE urban development

 

Juryrapport 30ste NRW Jaarprijs – Hoog Catharijne

NRW JAARPRIJS 2019 Hoog Catharijne The Mall | Utrecht Gerealiseerd door Klépierre JURYRAPPORT Hoog Catharijne is een winkelcentrum met een rijke geschiedenis. Ontstaan als een megaproject in de jaren zestig. Symbool van het wederopbouwdenken en het optimisme van die tijd. Geliefd, soms verguisd, en tot de dag van vandaag altijd in het midden van de … Lees verder

Een Jaarprijs, or not een Jaarprijs, that’s the question

Een Jaarprijs, or not een Jaarprijs, that’s the question

Hoog Catharijne wint NRW Jaarprijs 2019

Hoog Catharijne wint de NRW Jaarprijs 2019